De Geschiedenis van het ijs



De ijshistorie begint 3000 jaar voor Christus, de Chinezen kenden toen al ijs, dit "oer"ijs was absoluut niet te vergelijken met wat wij nu kennen. De oude chinezen bewaarden zoete, koude vruchtensappen in de sneeuw van onderaardse sneeuwkelders.
Marco Polo beschreef deze Chinese ijsverkopers al in zijn dagboeken. Zowel in Indië als in het Perzische Rijk werd deze manier van ijsbereiding overgenomen. Hun sharabates bestonden uit vruchtensappen met geschaafd ijs. Naar het schijnt was Koning Salomon een groot liefhebber van deze ijsjes. De Grieken en de Feniciërs kenden het proces van ijsbereiding ook al. Hippocrates gebruikte het als medicijn tegen verschillende ziektes. Bij de Romeinen vinden we bewijzen terug in de teksten van Vergilius, Plinius en Horatius. In Pompeji werd het eerste ijssalon opgegraven. Waarschijnlijk gaven de Romeinen vorm aan het concept van room- en vruchtenijs zoals wij die nu kennen. Met de ondergang van het Romeinse Rijk en de daarop volgende donkere middeleeuwen raakte kunst van ijsbereiding, zoals vele andere dingen, verloren.
Gelukkig brachten de Arabieren deze kunst terug naar Sicilië. Boven op grote hoogte van de vulkaan Etna was er namelijk genoeg sneeuw en dus basismateriaal voor de ijsbereiding. En zo komt het dus dat de Italianen, in het bijzonder de Sicilianen bekend staan als de ijsspecialisten.
Maar oorspronkelijk was het toch Marco Polo die rond 1300 de recepten van het (consumptie)ijs van zijn verre Reizen in ondermeer China meebracht en verspreidde onder de Europese Koningshuizen. Toen Catharina de Medici, uit Toscanië, in 1533 trouwde met de latere Franse koning Hendrik II, nam zij haar hele hofhouding en vooral haar koks mee naar Parijs. Onder die koks was er ook een glacier, gelatiere of ijsmaker die moest zorgen voor de ijsspecialiteiten van het bruiloftsdiner.
Later in de zestiende eeuw ontdekte men door het mengen van ijs en zout het ontstaan van lagere temperaturen, wat het werk van ijs bereiden heel wat makkelijker maakte. Dit was doorslaggevend voor de opmars van het consumptie-ijs. Het was dan ook de Siciliaan Francesco Procopio Coltelli die midden de zeventiende eeuw in Parijs het eerste ijssalon opende. Met enorm succes. Ook vandaag nog bestaat zijn Café Procope nog in de Rue de l´Ancienne Comédie. In 1685 was er al een gilde van ijsbereiders, nl. Les Limonadiers de Glaces de Fruits et de Fleurs. Vervolgens was het de uitvinding van de sorbetière, een soort roerwerk in een bak ijs, die voor de ijsbereiders een ware doorbraak was. Tijdens het bevriezen wordt er zo lucht in het ijs vermengd die voor een romige luchtige massa zorgt. Eind achttiende eeuw schreef Charles Mytilène het eerste receptenboek voor consumptie-ijs. Hij vermelde de toepassingen van ijs voor bombes, charlottes en ijstaarten. Toen begin van de negentiende eeuw er een koeltechniek op basis van het verdampen van ammoniak werd uitgevonden, was dit de revolutie die de massa productie en opslag van ijs mogelijk maakte. In 1851 werd in de USA de eerste consumptie-ijsfabriek geopend eb enkele tientallen jaren later ook in Europa. Het waren uiteraard door de invloed van de Amerikanen tijdens de tweede wereldoorlog dat de grote doorbraak er kwam.
Verder nog enkele weetjes.Dus te beginnen met de Romeinen kunnen wij Europeanen al meer dan 2000 jaar genieten van een ijsje. Uiteraard was dit in het begin de grootste luxe die iemand zich kon veroorloven. Keizer Nero liet door estafettelopers sneeuw uit de 400 km verder gelegen Alpen halen. De Siciliaan De Catan mengde in 1530 water met zout en salpeter tot het net zo koud werd als ijs. De Scilianen werden hiermee de uitvinders van het moderne ijsje, "de gelati". In 1676 waren er al meer dan 250 ijsverkopers in Parijs. Het was de Amerikaanse Nancy Johnson die 1846 de eerste echte ijsmachine uitvond. IJshoorntjes werden voor het eerst gelikt op de wereld tentoonstelling van 1904 in Saint-Louis. De ijslolly op een stokje werd in 1923 door een zekere Harry Bust. Wij zetten de traditie verder....................